Ruim veertigduizend wandelaars beginnen dinsdag aan de 94ste Vierdaagse van Nijmegen. Velen verkenden de afgelopen weken al delen van het parcours of liepen ergens anders warm . Want vier keer dertig, veertig of vijftig kilometer leg je niet zomaar ongetraind af.
’De eerste keer dat we meededen aan zo’n tocht, liepen we twee dagen twintig kilometer”, zegt Tilly Blij (58) terwijl ze stevig doorstapt. „Dat was in 1992, tijdens de Marche de l’Armée, een tocht in Diekirch, Luxemburg, die veel Nederlanders gebruiken om te trainen voor de Vierdaagse van Nijmegen. We waren heel erg trots dat we dat haalden. Als we nu twintig kilometer lopen, op een woensdagmiddag ofzo, vinden we ’s avonds vaak dat we niets hebben gedaan.”
Ineke Kaizer (53) knikt, terwijl ze aanvult: „Dat zit natuurlijk in ons hoofd, want twintig kilometer is ook best ver. Maar je leert iedere afstand lopen. Als je een bepaalde afstand eenmaal hebt afgelegd, kun je hem de keer daarna beter aan. Net alsof je hem opslaat in je lichaam. De eerste keer dat je twintig loopt, is dat gewoon een hel. Net als dat je voor het eerst dertig, veertig, vijftig of zestig loopt. Daarna valt diezelfde afstand altijd mee.”
Het is zeven uur ’s ochtends, broeierig, vochtig en bloedheet – de onweersbui en gietende regen eerder op de ochtend hebben de lucht nauwelijks gekoeld. Toch zijn Tilly, Ineke en haar man André (55) vol goede moed begonnen aan de Ronde van Amsterdam, waar jaarlijks zo’n tweehonderd lopers aan meedoen. Ze zetten de pas er meteen stevig in, want ze lopen vandaag veertig kilometer. De kortste van de twee routes die zijn uitgezet door S.V. De LAT. De andere route telt zestig kilometer, maar dat vonden de vrienden vanwege de hitte te ver. Dit is een van hun laatste trainingen voor de Nijmeegse Vierdaagse in juli.
Al bijna twintig jaar trainen ze met z’n drieën. Het idee ontstond aan de keukentafel. Tilly: „Dat was tijdens de een na laatste Elfstedentocht, ik was toen veertig, en zei dat ik eigenlijk altijd nog eens de Vierdaagse wilde lopen.” Ineke: „Als voorbereiding op de Vierdaagse liepen wij de Marche de l’Armée. Handig voor ons, omdat we daar niet ver voor hoefden te reizen, want we wonen in Luxemburg. Maar we vonden die tocht zo leuk dat we hem sindsdien ieder jaar lopen. In 1993 liepen we de Vierdaagse voor het eerst.” Tilly: „Dit jaar lopen we hem overigens pas voor de vierde keer, vorig jaar voor het eerst vier keer vijftig kilometer. Onze loopgroep is met de jaren groter geworden en weer kleiner, maar wij drieën zijn altijd de harde kern gebleven.”
De eerste tien kilometer van de Ronde van Amsterdam zitten er op. Tijd om even uit te puffen bij het eerste rustpunt waar ze thee, koffie en broodjes krijgen van de organisatie. Ze ritsen tegelijkertijd alledrie hun tas open, halen daar een zelfde matje uit, en gaan zitten. Dit hebben ze duidelijk vaker gedaan. Vervolgens komt er bij alledrie eenzelfde thermoskan uit de rugzak tevoorschijn. Ze zien er zelf ook de lol van in: „En nu gaat André z’n eitje eten”, zeggen Ineke en Tilly in koor. Achter hen staat André al zijn ei te pellen.
Samen zo veel wandelen heeft ervoor gezorgd dat de levens van de drie met elkaar vergroeid zijn geraakt. Ze wandelen in de aanloop naar de Vierdaagse twee tot drie keer per week, twintig kilometer op woensdag, en vijftig in het weekend.
„Tijdens het wandelen heb je gesprekken die je anders misschien niet zou hebben”, zegt Tilly. „Alhoewel we eigenlijk ook heel vaak helemaal niet praten, als we moe zijn.” „Je ziet meer van elkaar, en deelt meer persoonlijke dingen”, vindt Ineke. Tilly: „Je verlegt je grenzen als je wandelt, en deelt de ervaringen in de mooie natuur. Na al die jaren samen wandelen verbazen we ons nog steeds over het mooie landschap. Het is vaak net alsof we in een schilderij lopen.” Ineke: „Ik zit de laatste tijd door omstandigheden niet altijd even lekker in mijn vel. In plaats van thuis op de bank te gaan zitten piekeren, maak ik dan wandelingen, soms zelfs van vijftig kilometer, in mijn eentje. Dat werkt therapeutisch. Al wandelend krijg ik mijn gedachten weer op een rijtje, en als ik thuis kom, voel ik me stukken beter. Eigenlijk is een wandeling een metafoor voor het leven. Je loopt vooruit en de weg verandert voortdurend. Je weet van tevoren niet wat je allemaal zult tegenkomen, en dat maakt het spannend en afwisselend. Soms zie je het even helemaal niet meer zitten, maar als je daar doorheen gaat en verder loopt, komen er vanzelf ook weer stukken die je makkelijk af gaan. Samen een wandeling maken, is samen een stukje leven.”
Bron: Trouw.nl
U moet ingelogd zijn om te reageren Login